| |
Naar zuidelijker streken
Ik bereid mij voor op een bestaan in zuidelijker streken en daar hoort bij dat ik mijn hoofdzakelijk Noord-Europese cuisine (speklappen en zo) aanvul met zuidelijke(r) gerechten.
Hedenmiddag heb ik in het kader van dat omscholingstraject beproefd Mediterrane Radijssalade. Mijn goede vriendin L. had zich geheel vrijwillig beschikbaar gesteld als proefkonijn. Zonder dat ik nou direct wil opscheppen, mag ik toch wel melden dat ik met vlag en wimpel ben geslaagd.
Het recept (met dank aan AllerHande):
Ingrediënten (voor 4 personen):
Ingrediënten
· 1 stokbrood
· 8 el olijfolie
· 1 teen knoflook, fijngesneden
· 1 tl gemalen komijn (djinten)
· 1 tl kerriepoeder
· 300 g kipfilet, in reepjes
· 2 el vloeibare honing
· 2 el azijn
· 2 bosjes radijs, in dunne plakjes
· 250 g winterpeen, in dunne plakjes
· 1 zak spinazie (300 g)
· 1 bakje munt (15 g), alleen de blaadjes
Materialen
· bakpapier, keukenmachine
Bereiden
1. Verwarm de oven voor op 200 °C. Snijd het brood in de breedte doormidden. Halveer één half brood in de lengte en snijd de 2 plakken in sneetjes. Meng 3 el olie met de knoflook. Verdeel de sneetjes over een met bakpapier beklede bakplaat, besprenkel met de knoflookolie en bestrooi met zout naar smaak. Bak in 8 min. goudbruin.
2. Verhit ondertussen 2 el olie in een koekenpan en bak de komijn en het kerriepoeder 1 min. Voeg de kip, 1 el honing en peper en zout naar smaak toe en bak in ca. 6 min. gaar. Laat afkoelen.
3. Meng de rest van de olie en honing met de azijn, peper en zout naar smaak en de radijs en wortel.
4. Verdeel de spinazie, radijs-wortelsalade, kip, munt en het ovenbrood over 4 borden. Serveer met de rest van het stokbrood.
Appie meldt dat je een keukenmachine behoeft. Afgezien van het feit dat ik niet zou weten wat dat precies is, heb ik hem niet nodig gehad toen ik het recept met de tong uit de mond precies volgde. Nou ja: vrijwel precies want het omrekenen van 4 naar 2 personen was toch geregeld iets te veel van het goede.
Gierig als ik (ook) ben trof mij nog de prijs die Appie geeft voor dit recept: p.p. € 2,75. Nou: daar kejje geen armoe voor lije…
|
Hoe vergaat het mij als kersvers pensionado? Goed, dank u. Mijn verblijf te La Douce France neemt zienderogen toe waarbij de overvloedige zon uiteraard zijn heilzame invloed aanwendt. Tussendoor verblijf ik steeds minder in Nederland. Laatstelijk nog omdat mijn lieve kinderen een surprise-party hadden georganiseerd vanwege mijn nieuwe status. Iedereen die er was: bedankt nog voor alle goede dingen – zowel stoffelijk als onstoffelijk
De verhuizing van spulletjes naar huize Le Bon Sanglier schiet op. Reeds drie maal met een tot de nok gevulde auto naar mijn stulpje vertrokken. Tevens dito hoeveelheden bij de huisvuil-container gezet. Ongelofelijk wat een mens in een jaar of twaalf tijd wonen aan de Kralingseweg te Rotterdam aan rommel vergeet weg te gooien……..
Te Le Bon Sanglier intensief bezig met de boel zomergereed maken. Ramen die maandenlang gesloten zijn geweest open gegooid om muffigheid weg te krijgen. Daar ook ladingen rotzooi naar de déchetterie (Frans voor vuilstort) gereden want het treinenhok moet in de loop van het jaar in de schuur komen. Wederom met verbazing gekeken naar wat ik in de loop der jaren vergeten heb weg te gooien. Waterleiding weer aangesloten op de hoofdkraan. Tot mijn grote opluchting geen gesprongen waterleidingen vanwege vorst.
In de Latilliaanse tuinen plantjes gepoot en zaaigoed gestrooid. Daarbij wel een klein foutje gemaakt: nadat ik vrolijk had gestrooid was ik vergeten in welk perkje ik wat had gezaaid. Afijn: ik zie wel wat er boven de grond gaat komen.
Al met al val ik kilo’s af. Zal het dan toch zo mogen zijn dat ik weer een slanke jongeman zal worden?
Maar vanmorgen kwam ik toch weer in aanraking met de Nederlandse formulierenmaatschappij. Ik mijmerde gisteren dat ik nog geen brief had gekregen van het pensioenfonds waarin ik welkom werd geheten in hun gelederen. Gelijk maar gebeld naar de Heerlense boys and girls. En wat bleek: het Heerlense beeldscherm vermeldde……niets.
Dat wordt wat per eerstkomende payday…………..
|
Varkenscyclus
Mensen met een beetje kennis van het heiligste boek (laten we maar zeggen: de Bijbel ) zullen zich wellicht het verhaal herinneren van de zeven vette en de zeven magere jaren. Periodes van rijke oogsten als gevolg van gematigd mooi weer en geen natuurrampen worden afgewisseld door periodes van droogte, overstromingen en sprinkhanenplagen waarin alle oogsten mislukken. En ratten vallen de graan- en rijstschuren aan. Oftewel: voorspoed wordt afgewisseld door rampspoed. Elke periode duurt ongeveer 7 jaar.
Met een ijzeren regelmaat wisselt de periode van voorspoed de rampspoed af. Omdat de godheid dat zo beschikt.
Economen kijken meestal meer aards: zij zien de zogenaamde varkenscyclus. Als een boer in een bepaalde streek begint met varkens te fokken die hij tegen goede prijzen weet af te zetten bij slagers, komt hij al snel in goeden doen. Succes maakt jaloers: andere boeren gaan ook investeren in beren, zeugen en varkensstallen. Maar de spoeling wordt dan al snel dun want de mensen kunnen uiteindelijk maar een bepaalde hoeveelheid varkens verorberen. Resultaat: alle varkensboeren lijden na verloop van tijd honger. Met uitzondering van de boer die tijdig omschakelt naar de productie van kippen, van meloenen of iets anders dat dan in de smaak van het publiek blijkt te vallen. Da capo al fine (= van voren af aan).
Kijken we een laagje dieper dan zien we dat voorraadvorming de sleutel is tot succes of mislukking. Zo lang er wordt geproduceerd om aan behoeften te voldoen gaat het allemaal op rolletjes: varkens worden dan gefokt tot de hoeveelheid die binnen een paar maanden kan worden opgegeten. Als de productie te hoog wordt dan blijven varkenskarkassen langer in vrieshuizen hangen. In het ergste geval moeten die zelfs tegen afbraakprijzen worden verkocht. Vervang “varkens” door “kippen”, “auto’s”, “wasmachines”, “PC’s” of wat dan ook en je krijgt hetzelfde verhaal.
Diverse metingen hebben uitgewezen dat elke “ varkenscyclus” ongeveer 7 jaar duurt. Een moderne meting is bijvoorbeeld de “inkopersindex”: inkopers van bedrijven worden gevraagd hun verwachtingen te geven over de komende (stel: 6) maanden: wat verwachten ze te gaan inkopen? Zo lang dat boven een bepaald niveau is zitten we in “hoogconjunctuur”; worden de verwachtingen van de gezamenlijke inkopers lager, dan zal een periode van “laagconjunctuur” aanbreken. Producenten van basismaterialen en halffabricaten kunnen dan weten wanneer ze op hun tellen moeten gaan passen. Alleen doen ze dat meestal niet en blijven ze vrolijk verder produceren totdat hun voorraden uit de magazijnen barsten.
Op het omslagpunt van hoog- naar laagconjunctuur gaat het meestal snel. Producenten van basismaterialen en halffabricaten moeten mensen gaan ontslaan. Consumenten zien dat en besluiten hun wasmachine, koelkast, TV en/of auto nog maar een jaartje langer aan te houden. En gewone mensen besluiten appeltjes voor de dorst aan te leggen: men gaat sparen (meestal in de wat meer calvinistische landen). Er is sprake van grootscheepse “vraaguitval”; de groeimachine hapert aan alle kanten.
Maar eens moeten die wasmachines, TV’s en auto’s toch echt worden vervangen……….
|
Kort na de eerste les Beleggen voor Hippies kregen we een meltdown (of iets dat daarop leek) in Japan en een omwenteling in Libië. Ik dacht toen: “Ik doe het maar een beetje rustig aan met belegwijsheden want het is toch eigenlijk niet kies om over de rug van anderen te praten over rijker worden.” Daar dachten die Japanners nou krek anders over: de Japanse beurs ging eerst enkele dagen in duikvlucht – een F16 boven Libië gelijk. Maar veerde wonderlijk snel weer op: Japanse koopjesjagers zagen hun kans schoon. Nou: dan hoeven wij niet meer achter te blijven, toch?
Dit keer gaan we ‘t hebben over Kondratieff. K. is een Russische econoom geweest die de K-golf heeft ontdekt. Kort gezegd komt het er op neer dat de economie op zeer lange termijn gezien golfbewegingen doormaakt. Zeer lange termijn wil in dit verband zeggen: 50 à 70 jaar. Dat komt omdat er op gezette momenten reeksen van uitvindingen en ontdekkingen worden gedaan die de samenleving een heel ander gezicht geven.
De meeste aanhangers van de theorie gaan echter akkoord met het “Schumpeter-Freeman-Perez” paradigma van vijf golven sinds de industriële revolutie en de zesde die eraan komt. Deze vijf cycli zijn:
- Industriële revolutie--1771
- Tijdperk van stoom en spoorwegen --1829
- Tijdperk van staal en elektriciteit --1875
- Tijdperk van olie en de auto --1908
- Informatietijdperk --1971
Binnen elke cyclus wordt dan nog onderscheid gemaakt in vier periodes: lente/opkomst, zomer/consolidatie, herfst/neergang en winter/verbetering (mijn woorden). Maar lees zelf verder meer over Kondratieff in Wikipedia.
We leven nu anno 2011. Dat is ongeveer 40 jaar na het begin van het Informatietijdperk. We zouden dus moeten zitten in de herfst/winter van dat tijdperk. Nou: dat lijkt uit te komen: in 2001/2002 hebben we de uiteenspattende Internet-bubble gezien die een ware ravage te zien heeft gegeven op de beurzen (veel groter nog dan de banken-klap van 2008 – 2009).
Zit er nou een nieuw tijdperk aan te komen? Zelf denk ik dat we een periode in gaan van “grondstoffen”. De eindigheid van beschikbare metalen en olie is nu echt in zicht. De prijzen daarvan zijn al duidelijk in stijgende lijn. Het zou mij niets verbazen als er een zoektocht komt naar vervangingsmiddelen (nieuwe uitvindingen). In ieder geval worden reeds gedane uitvindingen (waterstoftechnologie voor vervoermiddelen; zonne-energie) nu echt rendabel. Ik weet het natuurlijk niet maar mijn centjes heb ik op dit moment in ieder geval deels zitten in beleggingsfondsen Basismaterialen.
Nu maar hopen dat de Regel van 72 (zie les 1) zijn werk gaat doen. Als die fondsjes gaan renderen a gemiddeld 10% per jaar dan heb ik over …………jaar inderdaad twee keer zoveel centjes. Dat is een stukje sneller dan wanneer ik mijn geld op een dooie bankrekening laat staan.
Met Kondratieff is het overigens slecht afgelopen. Eerst was Stalin reuze blij met hem want Stalin begreep dat het kapitalisme vanzelf ten onder zou gaan. Maar K. vertelde Stalin dat zijn theorie net zo gold voor het communisme. Dat leverde hem een enkeltje Siberië op….
|
Woordje vooraf: tot nu toe heb ik onder de benaming Culinaria eerst wat autobiografie bedreven gevolgd door een culinarium. Strikt genomen is dat ook het meest logisch: je leeft immers om te eten. Maar het kan lezers afschrikken: ze moeten eerst een hoop ego- geouwehoer doorworstelen totdat ze aanlanden bij het pièce de resistance. Vanaf nu af draai ik daarom de volgorde om: eerst het culinarium, daarna het egodocument.
Culinarium: Pizza
De kwaliteit van de gemiddelde pizza in Nederland verkeert sedert een jaar of 40 in een duikvlucht – de beursbewegingen na de tsunami/meltdown van maart 2011 te Japan gelijk: de bodem is steevast van karton. Het maakt niet uit of je een pizza telefonisch scoort, in een pizzeria of bij een kennis. Ik weet het niet maar ik vermoed dat die keiharde pizzabodems ons hebben gemaakt tot het sikkeneurigste volkje in Europa en omstreken. ……
Dat is in de jaren ‘70 wel anders geweest: in Rotterdam had je op de Nieuwe Binnenweg Portofino waar pizza’s werden geserveerd zoals ze horen te zijn: een bodem die het resultaat was van een rijs-proces. Buitoni verstrekte toen voor zelfdoeners een zelfmaakpakket met daarin een zakje meel, wat bakkersgist, een blikje tomaten en een gebruiksaanwijzing die zelfs een analfabeet begreep.
Ik maakte in die tijd minimaal een keer per maand zelf een Buitoni-pizza. Dat ging ongeveer als volgt (ik moet nu even op mijn herinnering werken):
Maak van het meel, wat water en de gist een beslag. Flink kneden, er op slaan en nog wat vermaak bedrijven zoals rondslingeren, in de lucht gooien en zo (ongeveer 10 minuten). Van het aldus verkregen beslag een mooie bal maken. Bal in een kom onder een doek laten rijzen gedurende ongeveer een uur of zo. Gerezen bal uit het bakje halen. Wederom kneden en daarna met de keukenroller uitrollen tot een plaat ontstaat ter grootte van het bakblik in de oven. Dit kneden en uitrollen overigens wel met enige rapheid verrichten. Een beetje bloem op het bakblik uitstrooien. Daarop de uitgerolde plaat. De pizzabodem naar de randen toe met de vingers wat omhoog drukken tegen de rand van het bakblik aan.
Op de pizza in wording in ieder geval de inhoud van het blikje. Meestal was de pizzabodem groot genoeg om er nog een extra blikje tomaat op te doen. Daarna van-alles-en-nog-wat er bij doen wat je lekker lijkt zoals: stukjes paprika, plakjes Gelderse worst, reepjes ham, de inhoud van een blikje of potje mosselen enz. enz. In ieder geval ook de inhoud van een blikje ansjovis met kappertjes. Matig olijfolie over het geheel sprenkelen.
In de oven volgens gebruiksaanwijzing op pak.
Als de pizza klaar is uit de oven en er weer wat olijfolie over heen.
Opeten.
Ego-auto:
Mijn ambtelijke carrière (A-carrière) had een aanvang genomen.
Mijn privé (P-)carrière ging ongeveer tegelijkertijd een wending nemen: de revolutie lieten we achter ons. A. en ik waren ordentelijk getrouwd. Verder hadden we ons kort voor aanvang van mijn A-carrière een pand aangeschaft aan de Voorschoterlaan te Kralingen. De aanleiding daartoe was onze kleuter M. die rap de wereld wilde gaan verkennen (dat is nadien niet opgehouden maar dat is wellicht iets voor een volgend culinarium). Ons begane grondje in het Oude Westen begon te knellen. En zo zaten we ineens in een ruim bemeten Kralingse benedenwoning met een eveneens ruime tuin aan de achterzijde.
Mijn Revolutie-(R-)carrière ontwikkelde zich op slag verder als een koeienstaart: ik was lid geworden van een partij die vele jaren later zijn ideologische veren zou afschudden. En ik had zitting genomen in de toenmalige wijkraad van Kralingen alwaar ik bij gebrek aan beter gelijk werd gebombardeerd tot fractievoorzitter. Samen met een zwijgzame CPN-mevrouw hadden wij de meerderheid en konden we politiek Kralingen naar onze hand gaan zetten. Eigenlijk moet ik zeggen dat ik mijn R-carrière inwisselde voor een Politieke carrière (ter onderscheiding van mijn P-carrière te noemen: PolCar).
Kralingen was in die jaren tot op het bot verdeeld vanwege aanstaande metroaanleg. Kralings Links was voor, Kralings rechts (VVD en CDA) tegen. Maar we hadden als Kralings Links de wind mee want op de Coolsingel was men vrijwel unaniem voor. Ik zag het als mijn schone taak om Kralings Rechts ook aan onze kant te krijgen.
Hoe? De lezer moet weten dat het CDA-smaldeel in de wijkraad toentertijd bestond uit enkele heren die de wijkraadvergaderingen hoofdzakelijk knikkebollend doorbrachten. Het Kralings VVD-ploegje daarentegen uit enkele wakkere dames. Het gaat iets te ver om die dames te bombarderen tot seksbommen maar ik had toch wel het genoegen om als aanvoerder van Links geregeld de degens te mogen kruisen met enkele fraaie VVD-exemplaren die voor de duvel niet dom waren. Ik besloot te gaan dealen met de twee schoonste dames. Er kwam een compromis tot stand waarbij de aanstaande kaalslag in Kralingen werd beperkt tot het strikt noodzakelijke, er na de metrobouw sociale woningbouw zou komen op de bouwterreinen aangevuld met een beplantingsplan en nog wat fraais om in ieder geval die dames en hun aanhang te bekoren. En zo kwam het dat in een wijkraadsvergadering het plan unaniem werd aangenomen nadat de knikkebollende CDA-heren hun hand opstaken om mee te stemmen met de VVD (en Links maar dat realiseerden ze zich pas na afloop van de vergadering). Ik wil niet opscheppen maar ik denk nog steeds dat Paars in Kralingen is geboren…...
Dit alles was niet onopgemerkt gebleven bij PvdA-bonzen en op partijburelen. Mij werd gevraagd mij kandidaat te stellen voor de gemeenteraad. In die jaren ging mijn A-carrière eveneens in orbit: ik ging veelvuldig naar Brussel om Nederland te vertegenwoordigen in gremia aldaar. De combinatie PolCar en A-carrière begon te knellen. Ik besloot voor mijn A-carrière (= zekerheid) te kiezen.
Nederland moest nog 20 jaar wachten op het eerste Paarse kabinet…
|
De aandachtige en trouwe lezer zal hebben opgemerkt dat ik in mijn culinaria nog met geen woord heb gerept over wijn. Geen enkel adviesje over welke wijn te drinken bij welk gerecht.
De reden daarvan is simpel: ik drink graag wijn (bijvoorkeur rood) maar ik ben geen wijnkenner. Ik ben gewoon een slobberaar. Toch waag ik mij aan enkele zienswijzen en adviezen.
1. Slechte wijn bestaat niet meer. In de jaren ’70 werd nog wel Minervois verkocht en andere wijnen uit de Languedoc die je kaakhelften naar elkaar deden trekken en je tong blauw liet uitslaan. Maar nadien is in die streken en ook elders in de wereld de aandacht voor kwaliteit bij wijnproductie dermate toegenomen dat slechte wijnen nog maar een enkele bestemming kunnen krijgen: azijnproductie.
2. Met en rondom wijnen wordt nog wel wat poespas bedreven. Zo is er een methode ontwikkeld om wijn te voeren over een bed van eikenhoutkrullen met de bedoeling die wijnen een houtsmaak mee te geven. Zelden vind ik die wijnen echt lekker. Ze zijn vrijwel altijd opgepompt en dat proef je.
3. Een andere vorm van poespas vind ik dat gezever over “een vleugje vanille”, “bramen”en zo. Mensen die zich wijnkenner vinden pakken dan het glas bij de voet, kijken ingewikkeld door de wijn in het glas heen, laten de wijn rollen in het glas, maken smerige smakgeluiden als die in de mond is en happen er dan een beetje lucht overheen. Leuk hoor maar ik pak toch bij voorkeur het glas vol bij de kelk of bij de poot en neem gewoon een slok (meestal zie je die ingewikkeld-doeners dat overigens ook doen na het eerste slokje). Laat je vooral ook niet imponeren door verhalen over de recentelijk genuttigde Petrus: als ik alle verhalen over het nuttigen daarvan zou moeten geloven dan zijn er geen flessen Petrus meer in de wereld…..
4. Dat rode wijn bij vlees hoort en witte bij vis is een sprookje. Je kunt ook bij vis best rode wijn nemen. Alleen zou ik bij een visje een niet te zware rode nemen. Geen Bordeaux dus – Bourgogne of een andere lichtere wijn. Omgekeerd zal ik geen witte wijn bij vlees nemen. Maar dat komt waarschijnlijk omdat ik witte wijn nu eenmaal minder lekker vind.
5. Wat betreft de wijnen geldt verder nog dat je er het beste aan doet om tijdens de maaltijd één bepaalde soort (Chateau of zoiets) te serveren. We hebben het allemaal waarschijnlijk wel meegemaakt dat we aanzaten aan een diner waar de gastheer van zijn weggevertjes afwilde. De volgende morgen werden we dan wakker met een spijker in het hoofd en een lap leer in de mond. Dat kwam dan van al die verschillende wijnen die meestal ook nog slecht combineerden met elkaar.
6. Maar als je zelf onverhoopt afwil van weggevertjes dan lijkt het mij het beste dat je elke gast een eigen fles laat kiezen. Heeft iedereen toch een bepaalde wijn en jij bent af van je overtollige flessen.
7. Champagne: de meest over het paard getilde “wijn” ter wereld. Wat met dat drankje niet wordt uitgespookt bij die “methode champagnoise”… Ach: het is natuurlijk wel feestelijk die bubbeltjes in een hoog glas. Maar er zijn zat “methodes champagnoises” te vinden die net zo bubbelen en smaken als de “echte” Champagne –alleen scoor je die voor 1/3 van de prijs van een officiële Champagne.
8. Moet wijn duur zijn? Nu er geen slechte wijnen meer zijn en dus veel meer goede, weten we op die vraag het antwoord al. Albert Heijn verkoopt literflessen wijn uit de diverse continenten die zeer smakelijk zijn te noemen. Per fles ongeveer 4 Euro (prijspeil 2011) – dat is omgerekend 3 Euro voor een 70cl fles. Ben je in Frankrijk loop dan bij Nicolas binnen en koop daar een 5-liter pak Merlot of een ander dito pak. Voor 15 Euro heb je dan ook lekkere wijn (omgerekend ongeveer 2 Euro per 70cl-fles). Vind je het bezwaarlijk om je gasten de wijn te schenken uit een literfles of uit een plastic zak: schenk de wijn over in een karaf.
9. Probeer ook eens wijnen uit minder bekende Franse streken. Madiran bijvoorbeeld. Of Jurancon. Ik vind ze verrukkelijk en ze zijn meestal niet duur (hoewel Jurancon bezig is met een opmars).
10. Maar laat hem ook met enige regelmaat uit de broek hangen: koop zo eens in de drie maanden een St. Emilion van 15 – 20 Euro met daarbij enkele kaasjes. Alles bij elkaar zo’n 30 Euro. Dan wel even goed proeven van kaas en wijn: eerst een stukje kaas om de papillen in de mond wijd open te zetten en vervolgens een slokje wijn. Goed opletten wat er dan gebeurt in de verschillende delen van je mond (tong, wangen, huig). Hemels!
Kaas
Nu we het toch over kaas hebben dan maar gelijk de volgende opvattingen.
In Frankrijk kom je niet weg met een diner zonder Fromage. Hoe moet je kaasplateautje er ongeveer uitzien wil je daar eer mee inleggen?
1. Maak een plateautje van drie à vier verschillende kazen. Natuurlijk niet van die ingevallen en bruin geworden restjes die al een tijdje in de koelkast liggen te apegapen. Gewoon eventjes 10 – 15 Euro uitgeven. Er blijven altijd wel restjes over die je dan kunt laten apegapen (of een dag later zelf opeten).
2. Opserveren: kaas serveer je noooit rechtstreeks vanuit de koelkast. Aan het begin van de avond uit de koelkast halen, uitpakken en alvast op je plateautje of plankje leggen; doekje er over. Rechtstreeks vanuit de koelkast wordt opgevat als de mededeling dat je kaas eigenlijk niet (meer) te eten is maar dat je hoopt dat het ergste in de kou smoort.
3. Op dat plateautje in ieder geval een camembert of een brie, een tussenkaas en een zwaardere schimmelkaas (Rocquefort, Danish Blue of zoiets). Als tussenkaas is een gewone Hollandse belegen uitstekend. Neem niet meer dan half belegen; oud-belegen en oud heeft meestal al de sterkte van de Rocquefort. Zoals steeds weer begin je met de lichtste kaas en ga je via de middenkaas naar de zwaardere. Doe je het omgekeerd dat ontneem jezelf flink veel eetplezier (en laat je tevens zien er niets van begrepen te hebben).
4. Camembert (en Brie): tegenwoordig heeft de Euroshopper Camemberts en stukjes Brie die geen drol kosten. Gewoon kopen. Een klein weekje in je koelkast laten liggen en ze zijn lekker rijp.
5. Aansnijden: hele kaasjes snijd je aan vanuit het midden en dan naar de rand. Zo krijgt iedereen een stukje van zowel het midden als van de rand. Als je alleen van de rand snijdt, zeg je eigenlijk tegen een van je andere disgenoten dat hij maar genoegen moet nemen met het resterend korstje. Voor Hollandse kaas hebben we dan een probleem. Dat los je op met en kaasschaaf – een typisch Hollands stuk eetgereedschap dat men in Frankrijk niet kent. Maar wel leuk om te geven (met een aardig Hollands kaasje erbij – Stolwijk bijvoorbeeld. Niet die bremzoute Edammer nemen) en daverende pret met je Franse vrienden als zij het geval voor het eerst bedienen .
6. Je ziet steeds vaker dat men bij kaas ook perenjam serveert of zoiets. Ook steeds meer dat men op de Camembert wat verse peper doet. Doe dat alleen bij de lichte kazen. Zeker de peper moet je overigens spaarzaam nemen (enkele korreltjes) want voor je het weet staat je mond naar de peper en gaan de midden- en zwaardere kaas roemloos ten onder in de geteisterde mond .
Het digestief
Dan de afsluiting van de maaltijd. Vaak is dat heden ten dage een chocoladetaart of een kwarktaart. Lekker. Chocoladetaart schijnt een afrodisiacum te zijn hetgeen nogal eens enig besmuikt gesprek oplevert. Als in de loop van de avond de stemming is gestegen ten koste van het peil zelfs meer dan dat.
Zelf houd ik erg van een digestief (“verteerder”) als slot. Dat zijn destillaten (cognac, Calvados, Marc de Bourgogne enz.) in meestal kleine flessen en vervolgens in kleine glaasjes. Dat is maar goed ook want neem noooit meer dan een enkel glaasje. Nogal wat mensen heb ik na een tweede glaasje op slag starnakel zien worden. Echt: “Eén vader (en moeder), niet meer…..” is een spreekwoord dat je juist dan goed paraat moet hebben – hoe moeilijk het ook is…….
Tot slot
Mijn allergrootste stommiteit op Frans eetgebied heb ik enkele jaren geleden gepresteerd. Ik had Philippe uitgenodigd plus enkele buren. Philippe is een boom van een vent die het er elke middag ruim van neemt buiten de deur (ik bedoel nu: eten) en ’s-avonds vervolgens graag zijn eigen kookkunsten voorschotelt. Philippe is een boom die diverse kanten uitdijt .
Mijn schamel maal brak aan. Philippe vroeg: “Ou est le pain?” Ik voelde onmiddellijk dat ik de allergrootste flater denkbaar ging slaan. Ik piepte er uit: “Hepikniet…”(in het Frans). Stilte allerwegen die eerst overging in verbazing en vervolgens in wanhoop. Philippe liep rood aan.
Maar mijn goede buurman Vincent heeft mij gered: “Wacht even. Ik ga thuis wel even brood halen!”
Ik slaak nu nog een zucht van verlichting bij deze herinnering.
Daarom: heb steeds stokbrood! Liever te veel dan te weinig. De volgende dag zijn er vast wel eendjes die de rest lusten. Je kunt overigens ook uitstekende ontbijtjes maken van stokbrood van gisteren. Maar dat is iets voor een ander culinarium.
|
Een jaar of wat geleden mailde mijn alleraardigst nichtje M. mij met de vraag of ik haar van dienst kon zijn bij het helpen om verstandige dingen te doen met haar gedeelte van een erfenis. Zij wist dat haar overleden vader een jaar of 10 eerder “ergens wat geld voor haar had geparkeerd”. Maar ze had geen benul hoeveel, waar en nog zo wat. ‘Oompje: kun je me helpen?’
In die tijd had ik zelf wat centjes op de beurs gezet en liep ik naast mijn schoenen van verwaandheid over de beleggingsresultaten. ‘Oh, oh, wat was ik toen toch slim’.
Met het nichtje is het goed gekomen: er bleek een niet onprettige somma geld te zitten in beleggingsfondsen van en bij een bepaalde bank, waarmee zij zich een aardig optrekje op een Caribisch eiland heeft verworven. Zo gespaard, zo gewonnen. Met mijn beleggingen is het daarentegen slecht afgelopen: ze werden getroffen door de kredietcrisis en in enkele maanden tijd verloor ik maandsalarissen beleggingswinst. Soms meer maandsalaris dan ik aan maandsalaris beurde. Zo gewonnen, zo geronnen…
Ik zou dus eigenlijk nu verder mijn kop moeten houden over zoiets als beleggen…
Deze episodes hebben mij wel indertijd gevoerd tot een e-mailwisseling met mijn veel slimmere nichtje M. We noemen haar verder Hippie – al was het maar omdat zij toentertijd al de indruk vestigde tevreden te zijn met het weinige en het goede dat haar overkwam in haar leventje. De e-mailwisseling hield in een cursus Beleggen voor Hippies en had ten doel haar een paar basisgedachten bij te brengen over beleggen van centjes. Die e-mailwisseling heb ik abrupt afgebroken nadat mijn beleggingen waren gecrasht. Maar ik vond het toen reuze aardig met haar te e-mailen. Ik heb dus alle e-mailtjes bewaard. En nu gebruik ik die als materiaal voor deze cursus.
Wie wat bewaart, heeft wat….
Vandaag les 1: Het achtste wereldwonder
Je neemt je voor om over een jaar of 5 een leuke rugzakvakantie te hebben in een prettig land. Qua bestedingen (en dus uitgaven) stel je geen al te hoge eisen en kun je gemakkelijk toe met je gewone inkomentje. Maar die vlucht heen – en- terug zal toch wel zo ongeveer 500€ scoren. Dat betekent dus: sparen.
Wat moet je nu opzij zetten opdat je over 5 jaar naar je bestemming gaat? Om dat te weten te komen helpt het achtste wereldwonder je.
Einstein (toch niet de domste van de afgelopen eeuw) schijnt eens te hebben gezegd dat de samengestelde interest wat hem betreft het achtste wereldwonder is. De eerste zeven zijn:
Van die eerste zeven bestaat alleen de piramide van Cheops nog. Maar gelukkig heeft Einstein er een achtste (of is het inmiddels tweede?) aan toegevoegd. Wat is dat wereldwonder dan wel?
Dat is…de samengestelde interest.
…of je een emmer leegt gooit. De stop uit het bad trekt. Een soort van rekensom (want dat zal het wel zo ongeveer zijn als we over rente praten) zou een wereldwonder zijn a la de piramide van Cheops….
Maar toch is die samengestelde interest eigenlijk wel iets bijzonders. Je zet wat geld op een spaarrekening. Die vergeet je. Jaren later bedenk je ineens dat bij die bank nog wat geld van je moet staan. Je gaat naar die bank om dat geld op te halen. En wat blijkt dan: je krijgt veel meer geld dan het bedrag dat je jaren eerder bij die bank hebt gestald. Dat komt door de rente die de bank steeds heeft bijgeschreven op je spaarrekening die je was vergeten.
Dus: door iets te vergeten en door niets te doen krijg je meer geld dan je oorspronkelijk had ingelegd?
Ja.
Nou: wie weet een mooier wereldwonder?
Als beginnend belegger gaan we gebruik maken van dat Einstein-wereldwonder.
We weten dat we 500€ nodig hebben voor een vliegticket. Dat zal vanwege inflatie en zo over 5 jaar wel wat meer zijn. Bij 2% inflatie per jaar toch al gauw 50€: 5 x 2% inflatie is immers 10%. Dat maakt dan bij elkaar 550€. Vooruit: we rekenen safe dus we maken er 600€ van.
Zou dan 300€ inleg anno vandaag voldoende zijn om over 5 jaar 600€ te kunnen ophalen bij de bank?
Dat hangt er vanaf…
Waar hangt dat van af?
Van de rente die je beurt op je geld. Elk jaar rente die je hebt laten bijschrijven maakt je inleg groter. En over dat grotere bedrag krijg je het jaar daarop weer rente. En het jaar daarop weer – plus ook over de rente die je dan weer hebt laten bijschrijven. Nou kunnen we gaan rekenen met onze vingers of met een rekenmachine.
Of: met de “Regel van 72”. Die werkt als volgt:
Derentediejescoortopeenbepaaldbedragmaaktdateenoorspronkelijkeinlegverdubbeltineentijdsperiodedieinjarengelijkisaanhetquotiëntvan72enhetrentepercentagegedurendedieperiode.
Zo simpel is het dus.
We gaan het gelijk uitproberen:
We hebben 300€ en zetten die op de bank tegen 6% rente. Dan is dat bedrag verdubbeld na 72 : 6 = 12 jaar. Dat is nou jammer……
We hebben 300€ belegd en we scoren daarmee 14% rente. Dan is dat bedrag verdubbelt in 72 : 14 = 5 jaar (afgerond). Kijk: dat is nou wat we zoeken …….
Maarrrr: waar en hoe vinden we die 14% ??
Ja mensen: de cursus is nog maar net begonnen. Binnenkort gaan we verder. Stay dus connected.
PS: eigenlijk zou die Regel van 72 moeten luiden: Regel van 69. Maar omdat 69 slechts deelbaar is door 3 en door 23 hebben ze er de Regel van 72 van gemaakt: veel beter deelbaar! (Maar misschien ook omdat 69 bij sommige mensen zondige gedachten teweeg brengt. Die laatste moet je niet hebben bij beleggen.)
|
De week van 28 februari - 4 maart is in meerdere opzichten een bewogen weekje geweest. In Noord-Afrika – met name Libië – is het nog steeds stevig hommeles en valt er geen peil op te trekken hoe dat gaat aflopen. De Nederlandse regering wilde ook stoer doen en stuurde een heuse helikopter naar Libië om daar enkele Europeanen op te pikken. Men had alleen vergeten om toestemming te vragen om het Libisch luchtruim in te vliegen en toen hebben de Libiërs het speelgoedje incl. bemanning maar vastgezet (die Europeanen schijnen overigens inmiddels wel in Europa te zitten). Klein detail erbij: deze week heeft de Russische luchtmacht ongeveer hetzelfde uitgespookt in het Nederlands luchtruim en stegen Hollandse straaljagers op om die Russen er uit te vliegen; logisch toch dat je je eigen luchtruim verdedigt?
Ietsje huiselijker is het volgend evenement geweest: Verkiezingen Provinciale Staten op 2 maart. Die Staten zijn op zich vijvers van politieke rust en dat zal wel zo blijven ook. Maar het belang van dat type verkiezingen ligt hem in het feit dat ze fungeren als politieke barometer: hoe denkt de kiezer over alle politieke en anders soortige ontwikkelingen? Van mij uit gezien kan ik melden dat die barometer de goede kant op lijkt te gaan. De gezamenlijk regeringspartijen hebben ietsje verloren en de oppositie lichtjes …u raadt het.
Bestaat er verband tussen deze evenementen? Ja - en dat zal ik u maar gelijk laten zien.
De Hollandse inval in Libië was zondag 27 februari. We mogen aannemen dat die aanval in Den Haag is georkestreerd door in ieder geval de ministers van Defensie (Hillen, CDA; waarschijnlijk de grootste opportunist in die kringen na Jack de Vries) en van Buitenlandse Zaken (Rosenthal, VVD; over hem zo meteen wat info). Het kan niet anders of ook de MP (Rutte, VVD) moet er van hebben geweten. Van Verhagen weet ik het niet zeker want die was juist eventjes skiën met de kindertjes.
Waarom hebben die mensen dat gedaan? Omdat 2 maart Verkiezingsdag naderde en de coalitie er in de peilingen niet echt florissant voor stond. Dan is een geslaagd helikoptervluchtje naar en weer uit Libië een mooie bliksemafleider die in de nog resterende twee campagnedagen “boosting” zou gaan werken voor de coalitie. De stunt leek zonder risico want Khadaffi had het moeilijk zat met zijn eigen mensen. Succes - in de vorm van verkiezingswinst - dus verzekerd.
Maar onze Hillen en Rosenthal (die iets geprofesseerd heeft in de risico-leer aan de Erasmus-universiteit; jaja, soms hangt de werkelijkheid van toeval aan elkaar) hadden echter in hun euforie buiten enkele realiteiten gerekend. Zoals dat het vluchtje naar Sirte zou gaan – uitgerekend een Libische stad die stevig in Khadaffi-handen was/is. Plus dat zo’n Hollands avontuurtje als een godgeschenk zou komen voor Khadaffi: “Zie je wel: we worden aangevallen door het Westen!” Hoe stom kun je wezen...
Je ziet dit alles aan de volgende data:
- 27 februari: het enkele reisje per helikopter naar Sirte; het debacle is daar.
- 2 maart: verkiezingen
- 3 maart: het nieuws over het debacle komt naar buiten.
Drie dagen lang heeft men het nieuws onder de pet weten te houden.
Op dit moment (4 maart) is het rustig in politiek Den Haag. Met dien verstande dat men (Hillen, Rosenthal, Rutte) daar wel veel kabaal maakt over de noodzaak van stilte vanwege diplomatiek werk achter de schermen en zo om militairen te redden. Dat zegt men voor de bühne. Waarschijnlijker lijkt mij dat een aantal Hollandse hoofdrolspelers bezig is met hoofdbrekens over hoe ze hier heelhuids uit kunnen komen. Ze zijn bezig met hun eigen hachje (en als er tijd over is ook wellicht een beetje met dat van 3 soldaten).
Hoe gaat dit aflopen? Ik zie drie mogelijke scenario’s.
Nr. 1: Rosenthal begint te snappen dat het in de politiek gaat om vooruitkijken en dus niet om achteraf-de-professor-uithangen. Dat hij niet geschikt is als minister van BUZA. Rosenthal neemt ontslag. Hillen kan dan niet achter blijven en neemt – overigens zeer tegen zijn zin – ook ontslag. Vervolgens nog wat ritueel gedoe en gepruttel in de Tweede Kamer maar het kabinet blijft.
Voor de volgende twee scenario’s moet ik eerst nog iets aan info toevoegen. Voor een inval als deze hoort de Commissie Stiekem van de Tweede Kamer geïnformeerd te worden. Die Stiekem-club bestaat uit alle fractievoorzitters die wel hun kop moeten houden. Ik ga er vanuit dat dit informeren ook gebeurd is want zo niet: dan kun je gelijk naar scenario 3.
Nr. 2: de fractievoorzitters van de oppositie hebben in die Stiekem-Club niet duidelijk laten blijken van hun afkeuring. Dan zijn ze op slag mededaders geworden. Het blijft bij wat ritueel- onbetekenend na-gepruttel in de Kamer (maar dan weten we wel iets meer van de oppositiefractievoorzitters).
Nr. 3: de oppositiefractievoorzitters hebben wel van hun afkeuring laten blijken in de club (of - erger nog - de regering heeft de club helemaal niet bijeen geroepen). Dan zijn de rapen gaar en is een parlementair onderzoek naar het enkeltje Sirte het minste dat moet volgen. Tenzij natuurlijk de PPV de regering in het zadel wil houden..
Over het algemeen vind ik politiek een boeiend bedrijf dat ik met interesse volg. Bij dat bedrijf hoort nu eenmaal ook dat er geregeld een beetje op de borst wordt geroffeld: “Kijk eens hoe prima we dat toch weer voor elkaar hebben gekregen...”
Maar voor mij wordt politiek op slag een perfide bedrijf als een evenement als het uitstapje naar Syrthe verder slechts wordt behandeld als business-as-usual. Het wordt echt maximaal perfide als gemeenschapsmiddelen (3 soldaten, een helikopter) worden ingezet om partijen aan stemmenwinst te helpen.
(ik schreef het bovenstaande op 4 maart 2011. Het kan zijn dat het pas over een goede week door mijn goede vriend Hans in mijn weblog is gepoot want de beste man heeft het op dit moment druk. Toch zou ik het op prijs stellen dat Hans het alsnog plaatst – al was het maar omdat ik wil kunnen zien of ik de toekomst beter kan voorspellen dan Rosenthal).
Toegift dd. 5 maart:
De gevangenneming van de drie Nederlandse militairen bij een reddingsoperatie in Libië had gemakkelijk voorkomen kunnen worden. Dat zeggen twee Nederlandse piloten van de Libisch-Maltese luchtvaartmaatschappij Medavia. Deze heeft de afgelopen weken honderden mensen uit Libië gehaald, onder andere uit Sirte, schrijft correspondent Merijn de Waal in NRC Handelsblad.
Dat deed Medavia helemaal legaal. Volgens de piloten had Nederland gewoon een burgervliegtuig kunnen charteren van de luchtvaartmaatschappij in plaats van een geheime missie op poten te zetten om Nederlandse staatsburgers te evacueren.
Volgens de piloten waar De Waal mee sprak is Medavia waarschijnlijk nog de enige luchtvaartmaatschappij die over Libië vliegt. Normaal vlogen de piloten tussen Tripoli en de olievelden in de woestijn, maar sinds de onrust in het land is geëscaleerd, wordt de luchtvaartmaatschappij ingezet voor evacuatievluchten en zetten zij evacués af op Malta.
De twee Nederlanders vinden het onbegrijpelijk dat Nederland geen contact met Medavia heeft gezocht en bestempelen de militaire reddingsoperatie in Sirte als knullig en zeer onverstandig: “Dat is Khaddafi-land. Het is zijn geboorteplaats en daar zit zijn trouwste aanhang. Je wilt toch niet dat vrouwen krijgsgevangen worden genomen? Zeker in een Arabisch land in oorlogstijd weet je niet wat er met ze kan gebeuren.”
|
Op speciaal verzoek van Lex sla ik nu even een aantal jaren Revolutie- , politieke, ambtelijke en anders soortige carrière over om aan te landen bij mijn huidig (eerste helft 2011) hoogtepunt.
Op het moment dat ik dit in de PC stop, ben ik 4 dagen pensionado. De laatste jaren ben ik het ambtelijk gezien gaan zoeken in de luwte. Praktisch gesproken betekende dit dat ik al dan niet desgevraagd een beleidsadviesje, een zienswijze of iets dergelijks fabriekte. En zag ik dat daar wel of niet (meestal niet) iets mee werd gedaan. Ik begon mij te vervelen en besloot dat het tijd werd een einde te maken aan het bestaan als meubelstuk.
Tevens nam ik in die jaren 2010 – deel 2011 waar dat zich een niet onaardig embonpoint bij mij begon af te tekenen. Als ik vroeger mijn amen over elkaar vouwde, moest ik ze nog wel zelf ophouden. Nu kan ik ze te rusten leggen op een bollend buikje – een prelaat gelijk. Het werd, kortom tijd om te gaan zien naar andere geneugten. Elders op deze website heb ik aan die geneugten ook reeds aandacht geschonken.
Over het ABP en andere pensioenfondsen gingen in die jaren (2009, 2010, 2011) nogal wat rare verhalen de ronde. Er zou onvoldoende geld zijn om iedereen te zijner tijd uit de ruif te laten eten. Beleggingsresultaten vielen tegen. Het woord Afstempelen (= korten op pensioenaanspraken) dook zelfs op. Eerder heb ik al eens op deze website mijn zienswijze gegeven op het verschijnsel pensioenfonds; ik verwijs de liefhebber daarnaar.
De moderne tijd maakte fundamentele beslissingen aangaande een ommezwaai in mijn leven gemakkelijk. De website van het ABP kon (en kan) je immers haarfijn voorrekenen wat je gaat beuren als je op een bepaald moment meldt aan de ruif. Het ABP hielp mij zodoende aan de datum van 1 april 2011 als de meest geschikte datum om te quitten uit de ambtenarij.
Ik poog nog wel eens een beetje vooruit te kijken – oftewel: carrière te plannen. Niet dat ‘t echt helpt want alles loopt toch anders dan je gedacht hebt maar het geeft in enkele opzichten toch wel houvast: wat is verstandig om nu te gaan doen opdat het leven te zijner tijd aangenaam verder kan kabbelen? In de jaren 2010 – 2011 drong zich de vraag aan mij op of ik mijn culinair spectrum niet moest gaan verbreden tot echte maaltijden gelet op mijn voornemen om naar Frankrijk te emigreren. In Frankrijk tel je immers alleen maar mee als je kunt koken voor vrienden en kennissen. Kun je dat niet of doe je dat niet dan droogt je kennissen- en vriendenkring vanzelf op totdat je elke dag je blikje peentjes en doppertjes in je eentje zit leeg te lepelen.
Ik maakte voor mijzelf een programma om in ieder geval voor medio 2011 onder de knie te krijgen:
- Kippenlevertjes in madeirasaus
- Coquilles St Jacques
- Goulash
Eerst maakte ik die gerechten in het geniep voor mijzelf. De eerste keer bleken ze inderdaad niet te genieten vanwege begane stommiteiten. Een tweede keer ging het al een stuk beter. En voor een derde keer durfde ik zelfs vrienden en kennissen uit te nodigen.
En zo kwam het dat ik op 24 februari 2011 Simone, Hans en Lex op bezoek had om als proefkonijnen te fungeren voor goulash. Kennelijk was in ieder geval Lex zodanig onder de indruk dat hij mijn kookkunsten wereldwijd bekend ging maken op een aanpalende webstek. De schrik sloeg mij om het hart: ik hoef toch geen restaurant te gaan beginnen? Om Lex de mond te snoeren hierbij het recept van een doodeenvoudige edoch smakelijk gebleken goulash:
Geleense goulash van Marc - aangepast aan Everts smaak
Ingrediënten (voor 4 personen plus een eigen voorproeverij)
- 750 gram runder riblappen
- 50 gram boter
- 8 uien in stukken
- 4 tenen knoflook, fijngesneden
- 6 tomaten in parten
- 3 rode paprika’s in stukken
- 1,5 theelepel eetlepel sambal oelek
- 1,5 eetlepel paprikapoeder
- 2 blikjes tomaten puree (140 gram)
- 3 blikken bier van elk 50 cl
- 10 aardappelen (droogkokers)
Bereiding:
- De stukken rund in blokken snijden van circa 2 centimeter. Bestrooien met peper en zout.
- Boter verhitten in een braadpan en bak de stukken vlees op hoog vuur in circa 4 minuten bruin.
- Voeg de uienstukken toe en bak 4 minuten mee. Toevoegen de knoflook, tomaat, paprika, sambal, paprikapoeder en tomatenpuree. Tevens de inhoud van circa 1½ bierblik (rest van het bier niet zelf opdrinken; je kunt het in het recept nog nodig hebben).
- Opnieuw aan de kook brengen en daarna op een laag vuurtje 3 à 4 uur laten pruttelen. Geregeld omroeren. Indien de boel wat droog lijkt te gaan worden, bier bijvoegen.
- Doe dit de middag/avond voordat je gasten komen. Dan kun je zelf al proevend nog kruiden toevoegen als kerrie, evt sambal oelek en wat je nog meer lekker lijkt. Zelf vind ik dat sambal oelek de boel al snel wat vurig kan maken dus ik ben daar spaarzaam mee.
- Laat de boel een nacht overstaan (uiteraard zonder vuur onder de pan); stoofpotten zijn de dag na bereiding het lekkerst.
- Die avond kun je al wel zelf een bordje nemen om van je eigen prestatie te genieten. Eventueel met wat rijst erbij of zo. De hoeveelheden als eerder opgegeven zijn toereikend.
Volgende dag:
Tijdens het nuttigen van de borrel met bijbehorende borrelhap (zie hierna voor een toegift) de aardappelen opzetten. Als ze bijna gaar zijn (circa 10-15 minuten afhankelijk van de aardappelen in kwestie) deze in stukken snijden en bij de goulash doen.
De hele boel verder laten oppruttelen onder zo af en toe roeren tot de zwik weer op temperatuur is.
Voorgift: witlofblaadjes met blauwe kaas
Benodigd:
- 1 witlofstronk
- Blauwe kaas (Danish Blue of Roquefort)
Bereiden:
- Trek voorzichtig de blaadjes van het witlofje en drapeer die bevallig op een bord.
- Kruimel met een mes de kaas opdat je voldoende kaaskruimels hebt om de blaadjes voor 1/3e tot de helft te vullen.
- Verdeel de kruimels over de blaadjes.
|
Eenvoudig en toch heel erg lekker
Voor de verandering nu een keertje niet een leeftijdsbewust culinarium maar eentje dat ontsproten is aan de realiteit van heden ten dage.
Afgelopen weekend (laatste weekend in februari 2011) weer in Frankrijk geweest. In de eerste plaats natuurlijk bij mijn Francoise te Parijs. Maar ook om mijn licht verstoorde verhouding met de Franse fiscus te herstellen. Die verstoorde verhouding komt omdat ik mijn Franse Onroerende Zaak Belasting steevast te laat betaal. Dat wordt in Frankrijk – eveneens steevast – beloond met een boete van 10% over het verschuldigde bedrag. Overigens is de Franse OZB niet misselijk: voor mijn optrekje bedraagt die circa 1000 Euro. Inclusief verhoging dus 1100 Euro. Maar ach: ik ga er maar van uit dat men goede dingen doet met ook mijn belastingcentjes..
Inmiddels begon de noodzaak van het betalen toch te dringen: 2009 en 2010 moesten betaald worden en een Franse deurwaarder had zich reeds gemeld blijkens een nat briefje dat ik eerder al aan de poort had aangetroffen. Ik begon te vrezen dat ik op zeker moment mijn huisje geheel leeg zou treffen. Dat zou overigens nieuwe perspectieven openen want ik zit eigenlijk een beetje omhoog met nogal wat oude rotzooi. Maar aan de andere kant begon ik toch knap onrustig te worden bij het idee dat ik een geheel leeggehaald huis zou aantreffen: kale muren en kale vloeren. Maandagmorgen mij vervoegd bij de Franse Ontvanger om mijn schulden te voldoen. Niet dat ik nou met open armen werd ontvangen door het dienstdoend personeel maar ik had toch wel de indruk dat mijn centjes met tevredenheid werden ingeschreven in de daartoe bestemde registers. Daarna naar Latilly en met opluchting gezien dat mijn huisje klaar is om veel gasten te ontvangen gedurende de aanstaande lente en zomer – wat mij betreft overigens ook in de herfst en winter .
Ik zit er wel eens over te denken om een kleine bijdrage te vragen voor verblijf te Latilly. Vorig jaar heb ik tegen de 200 overnachtingen geboekt van familie, vrienden en kennissen. Is het veel gevraagd als ik voor elke overnachting 5 Euro vraag? Dan heb ik in ieder geval zo ongeveer de OZB er uit… Maar ja: ik hoor het gehuil al: ‘wat ben je toch een vrek! Gierigaard! Zit dat lekker op die centjes?’
Misschien installeer ik maar ergens een doosje aan de muur met daarop iets geschreven van Goede Gaven Zijn Altijd Welkom. En laat ik het verder over aan de goedertierenheid van een ieder.
Zaterdag hadden Francoise en ik Brigitte op bezoek. Brigitte (voormalig stewardess van Air France – een verrukkelijke roodharige en goedlachse dame ) zit al enkele maanden in de blues vanwege haar stukgelopen relatie met Michel. Gepraat en gekletst. Op een gegeven moment kwam het gesprek op mosselen. Min of meer tot mijn verbazing blijken mosselen in Frankrijk op het zomermenu te staan – terwijl wij in Nederland die alleen maar plegen (plachten?) te eten als de –r- in de maand is. Een ander verschil is dat Franse mosselen klein horen te zijn terwijl wij in Nederland het niet doen voor minder dan jumbo’s. Zelf prefereer ik de Hollandse jumbo’s verre boven de Franse petietertjes.
Ik weet niet hoe het kwam maar ik had voor zondag mijn zinnen gezet op Coquilles St. Jacques. Francoise reageerde geschrokken: maar die kosten zeker 2 euro per stuk. Voor twee personen à 3 coquilles elk is dat dus …12 euro! Maar ik liet mij niet uit het veld slaan en ben zondagmorgen naar de markt getogen. Aldaar 6 coquilles gescoord voor …6 euro. Met een bosje peterselie erbij en een citroen in totaal 6,5 euro. Daarnaast nog een Langres-kaasje à 4½ euro.
Francoise heeft de boel ’s-avonds klaar gemaakt nadat ik de coquilles uit de schelpen had gehaald (hetgeen een bar eenvoudig karweitje is). Ze waren na het bakken verrukkelijk!
Recept Coquilles St. Jacques (voor 2 personen)
Ingredienten:
- 6 coquilles
- 1 ui (gesnipperd)
- peterselie
- peper
- zout
- boter
Bereiding:
- Smelt de boter in de pan.
- Bak daarin de gesnipperde ui tot hij goudbruin aan het worden is.
- Doe de coquilles erbij.
- Knip de peterselie boven de pan in kleine blaadjes.
- Peper en zout erbij
- Onder constant schuiven en omdraaien de boel in circa 3 minuten klaar bakken.
Waarschuwing: geen (of het zou moeten zijn: smullen!)
|
Mijn-ING had dezer dagen een aardige vraag: Zou u bereid zijn om een maand lang geen internet te gebruiken?
|
Nee, absoluut niet
|
|
Voor meer dan 200 euro wel
|
|
Voor 100-200 euro wel
|
|
Voor 100 euro of minder wel
|
|
Ja, ook zonder vergoeding
|
Nu - gewoon voor de sport - eerst even antwoord geven op die vraag. Daarna pas doorlezen.
…………………………………………………………………………………
Mijn eerste opwelling was: heb ik Internet echt nodig voor mijn huidig dagelijks verkeer? Kan ik zonder? Ik kwam tot de conclusie dat ik er op dit moment niet van afhankelijk ben en er ook niet van afhankelijk wil zijn. Ik was geneigd om het laatste antwoord aan te klikken.
Maar toen ging ik nadenken: vervult Internet - helemaal afgezien van gemakken en geneugten - ook nog iets anders dan “gemakkelijk”, “profijtelijk” en “leuk”?
En ineens realiseerde ik mij dat dit inderdaad het geval is: Internet is zo langzamerhand een belangrijk venster op de wereld voor mij. Internet brengt ook vrienden naderbij – zelfs vrienden die ik nog niet ken.
Sinds een aantal jaren uit ik mij ook beduidend op blogs enz. Vroeger moest zoiets met gewone post: een brief schrijven, in enveloppe doen, frankeren en naar de postbus brengen. Ik geef mij via al dat bloggen beter rekenschap van wat ik op Internet verneem en hoe ik over dingen denk (en dat ik mij daarbij ook nogal eens vergis vanwege alle snelheid).
Verder: Internet kan het verschil betekenen tussen “Middeleeuwen” en vandaag – zie Noord-Afrika.
Internet geeft mensen steun. Moed ook wellicht?
Hier de uitslag :
Nee, absoluut niet 52 %
Voor meer dan 200 euro wel 20 %
Voor 100-200 euro wel 6 %
Voor 100 euro of minder wel 3 %
Ja, ook zonder vergoeding 18 %
Opgelucht vanwege die 52%? Of is het toch schrikken dat 48% bereid lijkt om een stukje van zijn vrijheid te verkwanselen of zelfs gewoon weg te geven …
|
Zou dat bestaan: locomotief-o-filie?
Het zou toch zo maar kunnen als je deze Tableau de la Troupe ziet van mijn recent via Marktplaats en Ebay aangeschaft rollend materieel. Hoofdzakelijk stoomlocs maar je ziet er toch ook een brutaal ogende Amerikaanse dieselloc tussen.

Zijn ze niet schattig allemaal met hun olijke oogjes aan de voorkant? Nou vooruit dan: nog een guitige foto:

Laten we even wat inzoomen. Ik stel jullie in de eerste plaats voor aan 3 deugnietjes. In Marklin-termen: de 30000 Tenderlocomotief. Dat 30000 zegt niets; is alleen maar een Marklin-catalogusnummer. Maar wel het grootste Marklin succesnummer: er schijnen inmiddels zo’n 5 miljoen stuks van verkocht te zijn om jongensharten sneller te laten kloppen…
De mijne zijn boefjes hoor: twee willen er nauwelijks rijden maar de derde is de snelste van de hele troupe. Toen ik kortgeleden alle dames elk op haar beurt op een baantje liet rijden spoot zij weg en kon ik nog net verhinderen dat zij uit de bocht van de tafel sodemieterde. Echt een dondersteentje.
Deze dame wil ik ook graag aan jullie voorstellen. In de eerste plaats natuurlijk omdat zij fraai is. Maar ik wil jullie ook niet een deel van de tekst onthouden waarmee Marklin haar aanprijst:
“Voor de uitgebreide transporttaken die de Deutsche Reichsbahn tijdens WO II moest uitvoeren, waren sterke locomotieven nodig die ook op trajecten waar geringe asdruk toegelaten was, ingezet konden worden. […technische details...] Deze serie werd vervolgens in de jaren 1942 tot en met 1945 in meer dan 6000 exemplaren in Duitse en buitenlandse locomotieffabrieken gebouwd [….. andere details….]. Door hun grote aantallen waren deze locomotieven ook na de oorlog niet alleen in de twee Duitslanden, maar ook in vele andere Europese landen vaak te vinden.”
Ik kan mij niet heugen een stuk geschiedenis-tragedie-in-meerdere-opzichten zo omfloerst te hebben gelezen….
Deze dan. De meest struise van alle stoomlocs in de troupe. Tel mee: 1,2,3…7 aangedreven assen! Zeven! Dat is veertien aangedreven wielen! Een beul van een locomotief. Marklin maakt ook zo af en toe uitvoeringen in kleine aantallen van de Amerikaanse Big Boy met maar liefst acht aangedreven assen in twee groepen maar die is niet te betalen – ook niet via Ebay. Maar deze juffer: die wil ik ook graag zien paraderen op mijn aanstaande baan.
En dan deze Amerikaan. Hij lijkt een beetje te misstaan in de Troupe. Maar toen ik als knaap van 12, 13 mijn eigen Fleischmann-baantje met maar liefst 4 wissels had en daarop twee locs, droomde ik al weg bij de foto’s in catalogi van de Santa Fe en de Burlington. Voor mij toen onbereikbaar ver weg omdat mijn krantenwijk net voldoende opbracht om zo af en toe weer een stuk rails of een huisje te kopen. Nu – 50 jaar later – heb ik dan eindelijk een equivalente Amerikaan: de New York Central. Een jongensdroom eindelijk vervuld!
Toegift:
Ik keek nog even na of “locomotief” mannelijk of vrouwelijk is. De Van Dale spreekt zich daarover niet uit. Mijn Duits woordenboek zegt onomwonden: vrouwelijk. Over het Frans hoeven we niet te twijfelen: la locomotive.
Maar Van Dale geeft wel een spreekwoord dat ik nog niet kende: “een vrouw brengt je verder dan een locomotief”. Met als toelichting: “kan een hulp en steun zijn bij je carriere (ook iron.)”.
Laat ik nou net dezer dagen mijn ambtelijke carrière beëindigen…
|
Op het moment dat ik dit schrijf is in Libië een strijd op leven en dood gaande tussen Wereld-Plaatboef nr. 1 Khadaffi en zijn tegenstanders. We weten niet hoe dat gaat aflopen….
Eerder vermeldde ik hier als mijn toekomstverwachting (-hoop) dat in ieder geval enkele landen in Noord-Afrika/het MO zullen gaan kiezen voor een stap vooruit. Overwegingen:
· De Iraanse ayatollahs hebben hun handen vol in eigen land en zullen op zijn slechtst enkele landen in hun greep houden/krijgen;
· Obama zal – anders dan Bush/Rumsfeld - niet in zijn eigen voet schieten door te gaan interveniëren.
Maar bovenal: de mensen daar verschillen echt niet zo veel van ons in het Westen: die willen ook gewoon rustig hun leventje kunnen leiden (waarbij ze via Internet en zo wel ongeveer weten wat dat kan inhouden).
Eerst nog even dit. Denken we niet bijna allemaal: “Ach: wat moeten die mensen in Libië, Tunesië, Egypte nu toch lijden. En wat zijn ze moedig…” en tegelijkertijd : “Het zal toch wel goed blijven gaan met die olie?” Solidariteit en Eigen Belang. Wie ontkent dat hij/zij niet ook wordt bekropen door Eigen Belang mag zijn/haar vinger opsteken..
Laten we op basis daarvan nu eens een jaartje vooruit proberen te denken. De boel is weer tot rust gekomen en het Westen wil aanpappen met enkele nieuwe moderne regimes. Hoe zou dat kunnen?
· Zoals ik al schreef heb ik nogal wat rondgereisd in Noord-Afrika. Gezien dat landbouw daar bedreven wordt met haks, houwelen, ossen, muilezels en een enkele roestige tractor van voor WO II. Zo snel mogelijk grote zendingen moderne tractoren verschepen. Plus tractorfabrieken opzetten in die landen. Gevolgen: veel mensen daar aan het werk in tractorfabrieken en op het land. Tevens een drukkend effect op voedselprijzen.
· Moderne wegen die het transport helpen bespoedigen. Een gratis toegankelijke autoroute van de Marokkaanse Westkust tot een het Suezkanaal. Gevolg: weer veel mensen daar aan het werk met die autoroutes en in fabrieken voor grondverzetmateriaal (draglines en zo).
· Het schijnt zo te zijn dat een gebied ter grootte van Wales voldoende is om ons in West-Europa te voorzien van zonne-energie als het is vol gezet met zonnecollectoren. Aanleggen zo’n gebied (en dan gelijk drie van die gebieden om de regio zelf te bedienen en landen in de Sahel en zuidelijker). Als je op de kaart kijkt zie je dat de Sahara onmetelijk veel groter is dan 3 x Wales. Gevolgen: weer beduidende aantallen mensen daar aan het werk plus milieuvriendelijke energie plus lagere energieprijzen (ook daar).
Dat gaat mega veel geld kosten. Ja, maar in 2009 hebben de wapenproducerende landen voor 400 miljard dollar wapens verkocht. Tijdelijk (liever nog: blijvend) een onsje minder, moet toch denkbaar zijn. Plus: de door ex-machthebbers bijeen geroofde miljarden kunnen zinnig terug geploegd worden naar die landen.
Is dit idealistisch? Ik vind van niet: het is gewoon enkele Eigen Belangen aan elkaar koppelen.
Aldus bezien neem ik graag een glaasje Tunesische/Algerijnse/Marokkaanse wijn op de goede afloop. Want die wijn is verdomd lekker - kan ik je verzekeren uit eigen ervaring.
|
Het ambtelijk inferno
Ik werd dus opgenomen in de ambtelijke rangen van de Belastingdienst. In het cohort Hoofdambtenaren. Dat had 3 gevolgen:
1. ik kreeg een kamer met een bureau, een kast en een eigen kapstok;
2. iedereen die niet tot dat cohort behoorde sprak mij aan met “U“ en “Mijnheer”
met als klap op de vuurpijl:
3. mijn allereerst salaris was meer dan het laatste salaris dat mijn zojuist overleden goede vader beurde bij de scheepvaart-maatschappij toen hij daar werd gepensioneerd!
Hoe raar het misschien moge klinken: dat nieuwe leventje aan de Plukmekaalstraat te Rotterdam beviel mij niet. Dat was niet vanwege die kapstok, de aanspreekgewoontes en dat salaris maar vanwege ….de BV.
De BV?
Ja: vanwege de Besloten Vennootschap.
Wat was namelijk het geval?
Kort voor mijn afstuderen was de BV ingevoerd in het Nederlandse recht. Dat betekende – kort gezegd - dat alle middenstanders het toptarief Inkomstenbelasting ad (toen) 72% konden verminderen naar het tarief Venootschapsbelasting ad (toen) 52 %. Alleen: dan moesten ze bij de fiscus hun eenmanszaakje laten omzetten naar een BV.
De lezer begrijpt: de Plukmekaalstraat was op slag een van de populairste adressen in Rotterdam: alle bakkers, slagers, wasserijen en andere middenstanders in Rotterdam en omstreken wilden BV worden.
U denkt natuurlijk dat dit allemaal een fluitje-cent- kwestie was. Fout!
Het omzetten van een bakkerszaakje naar een BV vergt aan ambtelijke zijde:
· dat het eenmanszaak-dossier moest worden geschoond van stukken die niets met de aanstaande BV van doen hadden – en dat over minimaal de afgelopen 5 fiscale jaren;
· dat het geschoond dossier moest worden voorzien van een nieuwe (blauwe) omslag;
· dat de resterende stukken moesten worden opgenomen in een nieuw te vormen Inkomstenbelasting-dossier (grijs);
· dat beide nieuwe dossiers moesten worden voorzien (aan de buitenzijde) van een aantal vaste gegevens plus aanvullende gegevens dewelke de behandelend ambtenaar nodig, althans dienstig achtte;
· waarna beide dossiers elk moesten worden voorzien van een geleide-nota ter verdere administratieve verwerking, zomede een kopie van elke opgemaakte geleidenota moest worden opgeborgen in het andere dossier;
· tevens een derde kopie-geleidenota moest worden opgemaakt voor Omzetbelasting-doeleinden opdat de omzetbelasting-administratie zou “sporen” met die van de vennootschapsbelasting;
· alle stukken uiteraard geparafeerd moesten worden op de daartoe bestemde plek.
Dat alles lijkt redelijk overzichtelijk (en is het ook) maar die arbeid moest in enkele maanden geschieden. Ook dat is niet erg maar het moest voor duizenden eenmanszaakjes. Alles wat maar handjes had in de Plukmekaalstraat werd ingeschakeld. Hoog, laag, links, rechts, man, vrouw, ervaren, onervaren: het deed er niet toe. Iedereen trof op maandagmorgen een stapel eenmanszaakjes links van zijn bureau met de strikte opdracht die aan het einde van de week rechts van zijn bureau opgesplitst en wel te hebben opgesteld naar Vpb en IB met rechtsboven op het bureau de kopie-geleidenota’s voor de Omzetbelasting. In het weekend zou de boel namelijk worden uitgereden naar de diverse bestemmingen binnen de Plukmekaalstraat en dat laatste mocht onder geen beding verstoord worden want kende een strak schema .
In dat ambtelijk-administratief inferno begon mijn ambtelijke carrière - na jaren van Revolutie en Wetenschap …
En ik kon mij niet drukken……
Maar ineens werd ik uitgenodigd mij te vervoegen ten departemente alwaar een functie vaceerde van medewerker op de Directie Wetgeving Douane. Ik wist weliswaar niets van Douane af maar ik solliciteerde onder de motto’s: “Je weet nooit hoe een koe een haas vangt.”, “Ook Douane valt te leren” maar bovenal: “Alles beter dan dit.” Ik werd ….aangenomen!
Dochter M. had in die tijd de eerste schreden gezet op de Vrije School – afdeling kleuters. De lezer weet het: je leert op die school van alles behalve rekenen en taal. Dochter bleek opmerkelijk leergierig en kwam op en gegeven dag thuis met de mededeling: “We gaan vlierbespannenkoeken bakken.”
Wat-Pannekoeken??
“Vlierbespannenkoeken.”
Ze was bereid om te laten zien hoe dat gaat.
Ingredienten
- Een pak pannenkoekenmix
- Boter
- Vlierbesbloesems -voor elke te maken pannekoek 1. (Vlierbesbloesems zijn in het voorjaar te bekomen op vele plaatsen in het Kralingsebos – neem een determinatieboekje en een schaar mee)
Bereiding:
- Maak het beslag volgens de aanwijzingen op het pak.
- In de pan een klontje boter laten smelten.
- Daarin beslag tot de bodem is bedekt – niet te veel.
- Als het beslag een beetje aan het stijven is, daarin op zijn kop een vlierbesbloesem doen.
- Als de pannenkoek klaar is: alles boven de pannenkoek afknippen.
- Erbij: limonade naar keuze.
|
Revolutie wordt business as usual
De Revolutie in Het Oude Westen denderde voort en sloeg over naar de Nieuwmarktbuurt, de Schilderswijk, de Afrikaanderwijk, Middelland, de Agniesebuurt en nog wat wijken in Nederland. Alwaar de actievoerders uit het Oude Westen werden ontvangen en ademloos aangehoord als aliens uit de Revolutie-hemel. Onze diners (patat, hamburger en bier) werden dan grootmoedig betaald.
Op een kwade (of eigenlijk ook: goede) dag in voorjaar 1972 vond ik een blauwe enveloppe in mijn bus. Ik maakte hem open en werd toegesproken door het RijksInstituut Belastingen te Leiden. Dat was een bureautje bestaande uit drie mensen die tot taak hadden om de door Financiën gesubsidieerde studenten te “begeleiden”. Nooit geweten van het bestaan van dat instituut. Niet dat het iets uitmaakte: ik werd ontboden om te komen praten over het verloop van mijn gesubsidieerde studie.
Aldaar aangekomen werd het mij duidelijk dat ik geacht werd toch echt meters te gaan maken. En kreeg ik een inhaalprogramma voorgeschoteld voor de aanstaande vakantiemaanden: Registratie en Successie, De Algemene Wet Rijksbelastingen en de Omzetbelasting. Tentamens te halen uiterlijk september. Eind september graag tentamenbriefjes inleveren. Indien voor een vak gezakt dan einde studietoelage. U kunt gaan.
Hoe ik die tentamens gehaald heb: ik zou het niet weten. Ze waren mondeling want ik was de enige in die september na een snikhete zomer thuis studeren in dikke boeken. Slechts weet ik dat de goede Reugebrink - uit verholen sympathie vanwege mijn eerdere bezetting ? - mij een 6- gaf voor Omzetbelasting. Maar wel onder de belofte dat ik noooit in de omzetbelasting zou gaan werken want ik begreep er niets van. Dat laatste was toen waar. Maar toen ik in de jaren 2007 – 2010 aan de Erasmus-universiteit college gaf in zijn vak, had ik soms het gevoel dat hij goedkeurend vanuit zijn Gereformeerde hemel zat toe te kijken. Reugebrink: de enige hoogleraar die tegelijkertijd college kon geven en sigaren roken. Toen hij was overleden heeft Trouw een artikel aan hem gewijd.
Ik kreeg nadien warempel de smaak te pakken. In (voor mijn doen) snel tempo liep ik de vakken Inkomstenbelasting I, dito II, Winst en Vennootschapsbelasting onder de voet. Daarnaast ook Douane en Accijnzen - maar daarin werd helaas niet getentamineerd. Boekhouden I, dito II en Bedrijfseconomie bleven blokken aan mijn been. Dat het uiteindelijk toch goed gekomen is: ik snap het nog steeds niet.
De laatste horde was de scriptie. Mijn onderwerp wist ik als revolutionair natuurlijk al lang te voren: inkomensherverdeling. Dat was toentertijd een politiek en publicitair hot item en ik had al veel materiaal verzameld in ordners. Dat zou dus een eitje worden. Evenwel: mijn scriptieonderwerp moest eerst worden goedgekeurd door de desbetreffende hoogleraar – directeur: de eerbiedwaardige H.J. Hofstra. Hofstra ontving mij. Zag mijn ordners in en zei toen: “Daar weet u genoeg van. Ik heb een ander onderwerp voor u: Oudedagsvoorziening in het Fiscale Recht. Ik zie uit naar uw scriptie. Ik wens u veel succes en heb er alle vertrouwen in.” Een echte heer.
Dat was een streep door een rekening – een Revolutie gelijk. Maar inmiddels had ik met Revolutie ervaring: de smalle schouders eronder zetten. Waar ik mijzelf twee maanden had gegeven voor een scriptie werden het uiteindelijk 6 maanden. Kortgeleden kwam ik die scriptie in fotokopievorm weer eens tegen. Geheel blanco geworden pagina’s. Toentertijd toch een zeer fraaie 7 mee gescoord. Maar wat op die blanco pagina’s heeft gestaan: ik zou het niet weten.
En zo is het gekomen dat ik in september 1973 werd ingelijfd in het cohort Belastinginspecteurs van de Rijksbelastingdienst blijkens het Koninklijk Besluit nr….. dd….. gepubliceerd in Staatsblad nr … dd ….. Ik weet het niet zeker maar ik sluit niet uit dat ik éen der eerste belastinginspecteurs ben geweest die bij indiensttreding reeds vader was van een dochter met als moeder de eerder reeds vermelde A.
Ook in die studieuze tijden moest natuurlijk worden gegeten – hoe zeer ook de Wetenschap voedsel is voor de geest - maar helaas niet voor het lichaam. Inmiddels wettig echtgenote A. bekwam haar warme maaltijd in het ziekenhuis waar zij bij voorkeur nachtdiensten draaide om ons schamel inkomen aan te vullen. Ik poog mij wanhopig te herinneren hoe ik toentertijd aan de warme hap kwam tussen het studeren door. Slechts schiet mij vaag te binnen de kippentent op de hoek van de Middellandstraat en de ’s-Gravendijkwal.
Recepten voor wetenschappers:
- Dag 1: ga naar de McDonalds en scoor daar: 1 hamburger, 1 middelgrote friet en een middelgrote Cola-light.
- Dag 2: ga naar KFC en scoor daar: een halve kip, 1 friet en een middelgrote Cola-light.
- Dag 3 : ga naar BurgerKing en scoor daar: een BurgerKing (jaja: soms mag je de boog even ontspannen), een middelgrote friet en een middelgrote Cola-light.
- Dag 4 enz: Da Capo al fine.
Waarschuwing:
Zorg wel dat je binnen afzienbare tijd je wetenschappelijke glorie bereikt want zoiets houd je ongeveer een jaar vol. Daarna moet je in andere kleding.
|
Speklappen indachtig Gerrit Sterkman en Cor Barendregt
Mijn monter aangevangen studie Fiscaal Recht begon te stokken in 1968 toen overal ter wereld de studenten gingen revolteren. Ook in Nederland: i n allerlei universiteitsteden werden collegezalen bezet. Zelfs in Leiden. Daar stonden ongeveer 8 jonge mannen op een avond in een collegezaal de Revolutie te prediken.
Nadien is het duizelingwekkend snel gegaan. De universitaire machten hadden als tactiek die van de inkapseling bedacht (die overigens al was overgewaaid uit Amerika: de Permissive Society). Die acht werden rap genodigd op het bureau van de Rector Magnificus om van hun eisen etc. blijk te geven. De bijeenkomst eindigde met het welgemeend advies om verder de zaken te bespreken per faculteit. We splitsten ons op naar faculteit. En zo zat ik, beginnend rechtenstudent, ineens te praten met 5 juridische hoogleraren over Hoe Het Anders Moest Aan De Juridische Faculteit. Begrippen als “Raden-universiteit”, “Projectonderwijs” en zo werden geïnteresseerd aangehoord terwijl de hoogleraren en ik in een Leids etablissement onze vorkjes zetten in kalfshersentjes. Maar de pamfletten waarin werd opgeroepen tot Aktie, Harde Aktie vielen in Leiden bij de studenten op zeer rotsige (om niet te zeggen: stijf beijsde) bodem: ik stond alleen tegenover een voltallig faculteitsbestuur - met tussen ons in kalfshersentjes.
En dat zou zo blijven. Ik trok de conclusie dat in Leiden de Revolutie niet zou beginnen.
Enige tijd later (begin 1969) ben ik te Rotterdam A. tegen het lijf gelopen; een struise verpleegster. Ik had kaartjes bemachtigd voor een concert van Moby Grape in de Doelen. Fantastisch – te meer omdat ik de dag daarop wakker werd in het verpleegstershuis waar A. een kamer had. Weer duizelingwekkend snel ging het verder: een maand later betrokken wij een woning in het Oude Westen - tegen de wil van de eigenaar die vanwege de nu volgende omstandigheden zijn woningen maar vast leeg liet staan.
In het Oude Westen was - in tegenstelling tot Leiden - toen wel de revolutie uitgebroken vanwege plannen van het gemeentebestuur om het Oude Westen plat te gooien. Zoiets moet je niet tegen Rotterdammers zeggen: het Oude Westen ontplofte. Een avondje uit nieuwsgierigheid bijwonen van een actiegroepvergadering eindigde er in dat ik werd ingelijfd bij de juridische werkgroep. Die bestond nadien uit Cor Barendregt, mij en enkele bevallige dames die geheel onbetaald typewerk verrichtten.
Die dames bleken ook broodnodig. Cor was toentertijd een dame van een jaar of 50/55 die werkzaam was op een deurwaarderskantoor en tevens lid (geweest) van nogal wat linkse clubs: de CPN, de Eenheids VakCentrale en (zeer kortdurend) de KEN/ml. Inmiddels politiek dakloos. Cor was twee weken eerder een juridisch spreekuur aan huis begonnen voor mensen van het Oude Westen. De bedoeling was een avond per week maar het liep na twee weken al uit de hand: tot diep in de nacht zat Cor met cliënten - en dat meerdere avonden per week naast een drukke betrekking als deurwaarderin. Ik kwam dus als geroepen om de boel te komen versterken – ik die misschien wat begon te weten van de theorie fiscaal recht en zo maar geen flauw benul had van de praktijk van huurrecht en sociaal-verzekeringsrecht. Om een lang verhaal kort te maken: na 3 weken bleek de juridische werkgroep meer dan een dagtaak. Na 6 maanden hadden we 500 huurzaken lopen bij het kantongerecht Noordsingel. Dat Financiën mij bleef doorbetalen terwijl ik mij vanwege drukke subversieve activiteiten niet meer vertoonde in Leiden, is mij tot op de dag van vandaag een raadsel.
Cor was op latere leeftijd getrouwd met Gerrit Sterkman. Gerrit was een gepensioneerde koperslager bij Wilton Feyenoord. Had in de jaren ’50 en ’60 diverse havenstakingen geleid. Een begrip in ultra-links Rotterdam. Een klein mannetje, stokdoof inmiddels vanwege het koper slaan. Maar in staat om op onnavolgbare wijze een mensenmenigte toe te spreken. Nog hoor ik hem 1000 mensen in Odeon toespreken: “Kameraden: vandaag is het nu eens onze dag. En die dag duurt morgen en overmorgen voort als we elkaar bij de hand houden! Op naar het Gemeentehuis!” 1000 mensen in Odeon op de stoelen en 10 minuten later op het Gemeentehuis.
Cor en Gerrit waren communisten waar ik bewondering voor had (en nog steeds heb – hoewel ik mijzelf nooit echt communist heb gevoeld). Ze hadden “slechts” ambachtschool en Mulo achter de rug. Al vroeg aan het werk. Selfmade zich opgewerkt. Belezen: niet alleen die stomvervelende KEN/ml-lectuur maar ook stonden in hun kast Max Havelaar, Bint, Roland Holst en andere topwerken uit de Nederlandse litteratuur. Daarnaast ook muziekliefhebbers: Mozart, Beethoven, Prokofjiew. Ook Gershwin overigens. Kritisch – met name op mensen die zich Marxist noemden maar hun handen niet konden/wilden laten wapperen (ik zal geen namen noemen want dat zou misschien nu nog effecten kunnen hebben op de nationale politiek). Een bovenwoning die smaakvol was ingericht en waar alles keurig netjes op zijn plaats stond. Maar bovenal: je kon er altijd langs komen met vragen, problemen enz. Ze spaarden je dan niet: als je het probleem echt aan jezelf had te danken, zei Cor droogjes: “Dat was dan knap stom van je. Laten we maar gaan kijken of we het nog kunnen oplossen.” Mensen waarvoor ik anno 2011 met een diepe buiging mijn hoed af neem.
Wij (A. en ik) werden genodigd om een avondje te komen eten bij Cor en Gerrit. Die avond heb ik de aller lekkerste speklappen gegeten met de aller lekkerste blommige aardappelen die ik ooit heb gegeten: Recept Gerrit. Gerrit had als gepensioneerde de tijd. Cor: “Ja, ik ben me daar gek om na een dag werken ook nog te gaan koken. Dat doet die ouwe maar.” Gerrit zei dat hij de hele middag had staan te koken voor ons maar zijn neus verried iets anders. Het hoogtepunt van die avond was het moment waarop Gerrit vol van genieting de juskom aan de lippen zette en in een teug leegdronk – ad fundum. A. moest op slag een sigaretje gaan roken op het balkon.
Van speklappen moet je weten dat je die zo moet zien te bereiden dat het zwoerd niet meer van elastiek is, maar ook niet zo keihard gebakken dat je je tanden er op stuk bijt. Meestal gaat het mis op het zwoerd - dat je er dan maar van af moet snijden. Zonde. Ik vermoed dat het een kwestie is van laag tot matig vuur onder de pan en er bij blijven (maar dat is meestal het geval in de keuken en uiteindelijk in het hele leven).
Het recept van Gerrit heb ik niet. Daarom een ander speklap recept dat het dichtst in de buurt komt (met dank aan AllerHande):
Ingrediënten
· 1½ kg aardappelen kruimig
· 50g boter
· 2 x 2 pakken speklapjes
· 1 zak stamppotgroente oud-Hollands (400g)
· 2 uien, in ringen
· 150ml halfvolle melk, warm
Bereiden
1. Schil de aardappelen en snijd ze in stukken. Kook ze in water met zout in 20 min. gaar. Verhit ondertussen 25 g boter in een koekenpan en bak de speklappen bruin en in ca. 18 min. gaar. Bestrooi met peper en zout naar smaak. Kook ondertussen de stamppotgroente in ca. 12 min. beetgaar.
2. Neem de speklappen uit de pan en houd ze warm onder aluminiumfolie. Bak de ui in het spekvet al roerend ca. 3 min. op hoog vuur.
3. Giet de aardappelen af en stamp ze met de melk en de rest van de boter tot een smeuïge puree. Schep de groenten erdoor en breng op smaak met peper en zout. Verdeel over 4 borden en serveer met de speklapjes en de uiringen. Lekker met piccalilly.
Waarschuwing: wederom de bijsluiter van uw medicijnen raadplegen. In ieder geval niet aanbevolen voor cholesterollijders. En al helemaal niet indien bereid en genuttigd volgens de methode Gerrit.
|
Een stormachtig verlopen culinaire carrière (deel 1)
Van huis uit heb ik het koken niet meegekregen. Moe’s specialiteit was kapot gekookte groenten, halfnatte aardappelen en een stukje vlees waar nooit bij werd verteld wat het van oorsprong geweest was. Aan het begin van de week ook vaak “schurfie”: dat betekende dat de vaak overvloedige etensresten van eerdere dagen weer in de pan werden gesodemieterd en vervolgens opnieuw voorgeschoteld. Pa wilde wel eens wat variatie maar dat moest hij dan zelf maar maken. Dat heeft hij ook wel geprobeerd: ik herinner dat mijn vader op zaterdagmiddagen een zelf aangeschaft maaltje gekookte mosselen lichtjes stond aan te bakken met een uitje en vervolgens op een bruine boterham vleide die hij eventjes door het braadvet had gehaald. Nog heb ik het beeld van mijn vader op mijn netvlies: tevreden roerend in de pan, onderwijl krabbend aan de achterkant van zijn Jansen en Tilanus. Een innig tevreden mens.
Maar Moe vond dat niet te vreten dus het bleef bij enkele wanhopige pogingen van vaderszijde tot variatie in het menu.
De mens blijft zoeken naar variatie. Zo ook mijn broers en ik – gedrieën trouwe padvinders. Padvinders zijn jongelui die al jong proberen om zelf de weg te vinden in de wildernis. Daar hoort ook bij het nuttigen van gordeldieren, slangen en -z o mogelijk - een aap. Nou waren die toen al beschermd in Nederland dus hebben wij ons maar bekwaamd in het garen van een kippetje boven een houtvuurtje met daarbij een stuk stokbrood dat eveneens het resultaat was van verblijf bij het vuur. Dat mocht niet echt een succes worden genoemd: de kip was steevast van buiten pikzwart en van binnen halfgaar en het brood pikzwart (ook van binnen). Dat wij daar geen salmonellavergiftiging aan hebben overgehouden verbaast mij tot op de dag van vandaag.
Ik heb het ouderlijk huis metterwoon verlaten na (met enige vertraging) mijn HBS-diploma te hebben gescoord. Met overigens een ruime studiebeurs van staatswege want ik zou worden opgevoed tot Inspecteur van ‘s-Rijksbelastingen. De Staat had er toentertijd blijkens die toelage wel wat voor over voor wakkere knapen als ik in zijn gelederen in te lijven. Maar het was zoals het thuis al was en zo zal het blijven ook: de maand was (is) te lang gelet op de inkomsten tijdens. Dat betekende oplossingen bedenken voor het eetvraagstuk vanaf ongeveer de 20e van de maand.
Ik bewoonde toen een kamer vlakbij een straatje alwaar een paardenslager was gevestigd. Ik bemerkte dat dit geen drukbeklante zaak was dus op een zekere 21e van de maand ben ik daar binnen gegaan om een stukje vlees te scoren. Paardenbiefstuk bleek toen te gaan voor 1 cent de gram (nou bedoel ik oude guldencent – niet dus een €-cent). Je begrijpt dat ik mij toen à 1½ gulden eens stevig in het paardenvlees heb gestoken.
Maar : hoe maak je dat nou weer eetklaar? Ik bewoonde toentertijd een halve zolder met uitzicht op het Leidse Rapenburg. De andere helft werd bewoond door een leeftijdsgenoot: Oskar met het Korsetje vanwege zijn - naar eigen zeggen - chronisch slechte rug. Hetgeen betekende dat ik mij bezig hield met het inslaan van brood, goedkoop beleg, oploskoffie en bier (waarschijnlijk droeg dat er toe bij dat mijn financiële maand nog korter was dan de zijne). Die Oskar zei dat hij theologie en psychologie studeerde maar volgens mij hield die studie in dat hij hele dagen in vieze boekjes studeerde: de Chick en zo.
Maar Oskar kon wel eieren bakken. Overlegd met Oskar: hoe gaan we dit stuk vlees aanvallen? Oskar had een goed idee: margarine in de pan en daarin de biefstuk. In het braadvet vervolgens twee (gebroken) eieren bakken. Twee bruine boterhammen door het braadvet, daarop de eieren en ernaast de biefstuk in tweeën. Pot bier. Heerlijk!
Wakker als ik toen nog was, had ik goed opgelet toen Oscar-met-het-Korsetje stond te brietselen. Vervolgens heb ik twee studievrienden uitgenodigd: Jaap (met nogal wat jeneverervaring) en Eric (die was begonnen met iets exotisch: wijn). Opnieuw - maar nu zelf - gedaan wat Oskar had gepresteerd.
Maar wel beter. Want mijn paardenbiefstuk met gebakken ei werden nadien wijd en zijd in Leiden beroemd. De zieltogende Leidse paardenslager zag zijn nering opbloeien.
Recept Bifteck a la Rapenburg (hoeveelheden per persoon) :
- 150 gram biefstuk - bij voorkeur paard
- 1 ei
- 1 bruine boterham
- Boter
- Boter in de pan laten smelten tot hij gaat schuimen.
- Daarin de biefstuk. Geregeld keren en rondschuiven in de pan. Duur: afhankelijk van de vraag of je hem roze of doorbakken wilt hebben (zoek braadtijden maar op in een kookboek).
- Biefstuk uit pan halen en tussen twee borden warm houden.
- Ei breken boven de pan waarin het braadvet nog zit. Ei bakken.
- Ei uit pan.
- Boterham er in en vet laten opzuigen.
- Boterham uit pan.
- Op boterham het gebakken ei.
- Er naast de biefstuk.
- Opeten met een pilsje erbij.
(Waarschuwing: dit recept wordt ernstig ontraden aan cholesterollijders. Lees de Bijsluiter van uw medicijnen! )
|
Zo: het begin is er. Deze weblog heb ik weer een beetje tot leven gebracht. Nu moet ik de boel planmatig verder brengen met posts die voor de lezers interessant, leuk en/of boeiend kunnen zijn.
Hierbij alvast een lijstje met onderwerpen waar ik de komende tijd aandacht aan wil gaan schenken.
In de afdeling Leerzaam :
· Een stormachtig verlopende culinaire carrière
· Welvaart voor Noord-Afrika?
· Kapitalisten moet je voor je laten werken: een cursus Beleggen voor Hippies (in afleveringen)
· Mijn nieuwe liefjes: locomotiefjes (verluchtigd met foto's)
· De goede popsong grijpt je gelijk bij de keel: het belang van het intro
· Notre ami Hubert leert Nederlanders het Frans zoals de echte Fransman dat spreekt (moet nog wel mijn goede vriend Hubert eventjes vragen – dus onder voorbehoud)
In de afdeling Leuk:
· Verhuizen kost bedstro
· Even voorstellen: mijn buren in Frankrijk (waarschijnlijk in afleveringen)
· Waar doe ik mijn plasjes als er weer eens veel mensen zijn voor 1 WC?
In Boeiend:
· Groei en bloei van de modelbaan: een serie foto's aaneengemonteerd tot een filmpje.
· Warmpjes erbij zitten: de sentrale verwarming (waarschijnlijk eveneens in afleveringen)
· LeBonSanglier van binnen: een binnenshuis videoreisje
In Weemoed komt in ieder geval:
· La vie la-bas et la vie de (of: a ? of: en?) Kralingen (waarschijnlijk ook in afleveringen)
Kortom: ‘stay connected!’
|
Ter broodnodige afwisseling nu eens een politieke mijmering: . hoe zal het gaan in Noord-Afrika en het Midden-Oosten?
Om te beginnen: ik ben er rotsvast van overtuigd dat voor de gewone Mohammedaan geldt – net als voor ons Westerlingen – dat hij/zij gewoon in betrekkelijke welvaart en rust zijn/haar leventje wil leiden. Op dat punt verschillen mensen echt niet zo erg. Ik heb dat zelf mogen waarnemen tijdens vakanties in Marokko (Marrakech en Tanger). Egypte (Rode Zee), Tunesië (Hammamet) en Turkije (West- en Zuidkust). Toegegeven: als toerist zie je natuurlijk bijna alleen maar toeristische dingen en die zijn behoorlijk verwesterd. Maar ik heb diverse malen ook de mogelijkheid te baat genomen om met plaatselijke bussen op zoek te gaan naar plaatselijke binnenlanden. Overal kwam ik vriendelijke mensen tegen. En mij viel op dat op vrijdagmiddag meer mensen níet naar de moskee gingen dan wel.
En laten we wel wezen: TV, Internet etc. is ook in die streken echt niet onbekend meer.
De actuele vraag is natuurlijk: gaat het daar de fundamentalistische kant op of de meer Westerse?
De toekomst voorspellen is een vorm van wichelarij. Toch eens een poging wagen.
De “bron” van het fundamentalisme ligt op dit moment in Iran. Nou: de machthebbers daar hebben hun handen vol om hun fundamentalisme overal te planten in het Midden-Oosten. In zo’n 10 landen gist het. Je mag aannemen dat het dan op zijn best (of: slechtst) gedeeltelijk gaat lukken om fundamentalistische regimes te vestigen vanuit Iran. Goede kandidaten om juist de meer moderne kant op te gaan zijn Marokko en Tunesië. Over Egypte twijfel ik. Van andere landen weet ik het gewoon niet.
Tot nu toe heb ik in het Westen geen enkele aanvechting aangetroffen om te gaan interveniëren. Dat lijkt mij zeer verstandig nu de recente geschiedenis heeft geleerd dat dit uiteindelijk vrijwel steeds fout gaat. Als westerlingen zijn we gezegend dat het Bush-Rumsfeld-regime is ingewisseld voor Obama. Ik kan mij best voorstellen dat de progressieven in die Islamitische landen Westerse interventie op prijs zouden stellen maar ik hoop ook dat men daar inziet dat ze dan misschien juist van de regen in de drup komen.
Laten we hopen dat het allemaal de goede kant op zal gaan (van ons uit gezien). Maar als de diverse omwentelingen zijn geslaagd, zijn de problemen daar bepaald niet over. Uiteindelijk gaat het in die landen daar gewoon om dagelijks overleven. En beter leven dan voorheen. Die landen worden er dan mee geconfronteerd dat een machtswisseling niet op korte termijn leidt tot materiële verbeteringen.
Ik denk dat het Westen op korte termijn na de omwentelingen moet beginnen met economische hulpprogramma’s. En dan met name in de landen die de “goede kant” zijn omgevallen. Nou: dan hebben we er gelijk een probleem bij: de anti-Islamgevoelens die juist bij ons zijn aangewakkerd.
Denk daar eens over na als je je stem gaat uitbrengen voor de Provinciale Staten……
|
|
Ach: wat een heerlijke tijd was dat…
Waarin hoofdrekenen nog rekenen met je hoofd was (dus niet met een rekenmachine). Waarin een schrijffout als een fout gold en je dicht bij de 6- kon brengen (of lager). Waarin met ijzeren regelmaat mondeling en schriftelijk werd overhoord en je de volgende les het schriftelijk werk uitgereikt kreeg met cijfer zodat je precies wist hoe je er voor stond met het oog op de repetitie.
De taalleraren Nederlands, Duits, Frans en Engels lazen klassikaal boeken die meetelden voor je boekenlijst. Andere boeken moest je zelf lezen en samenvatten. Als je een samenvatting van een vriendje had overgeschreven, viste de leraar die er feilloos uit en had je weer enkele niet-vrije middagen aan de pantalon.
Waarin leraren gewoon autoriteiten waren en hun pappenheimers kenden. Hetgeen kon resulteren in strafregels, de vrije woensdag nablijven (= blokken) of in het aller uiterste geval er uit getrapt worden om je te melden bij de rector die dan ook wel wat voor je in petto had. In het uiterste geval kon je zelfs definitief van school worden getrapt (en soms gebeurde dat ook).
Ik was geslaagd voor mijn toelatingsexamen voor de HBS. Het polshorloge mocht ik toen houden van mijn vader en deed nadien nog 20 jaar dienst. Toen ik was geslaagd gaf mijn vader mij de volgende raad: “Zoon: bedenk dat je jezelf misschien wel de eindexamenklas kunt in spieken, maar nooit meer uit! Aan jou de keus.”
En verder bemoeide hij zich alleen nog maar met rapporten: als het goed was kreeg ik voor elke punt meer dan 6 een gulden met aftrek van een gulden voor elk punt beneden de 6.
In mijn herinnering was er 1 ouderavond per jaar: vlak voor het laatste trimester. En Pa bracht de boodschap helder over aan zoon: geen bewoordingen die konden worden misverstaan. Slaag was er niet: slechts betekenisvolle woorden en blikken.
Ik heb de HBS gehaat toen ik er op zat. Vakken: 4 talen, Algebra, Goniometrie, Stereometrie , Analytische Meetkunde. Natuurkunde, Scheikunde, Biologie, Aardrijkskunde, Geschiedenis, Economie en Lichamelijke Opvoeding. Een pakket van in totaal 14 vakken waaruit niets te kiezen viel – dat had je immers gedaan toen je op de HBS kwam. Die vakken werden overigens allemaal met hoofdletters geschreven.
Als ik gedurende 5 jaar HBS 10 uur vrij heb gehad vanwege ziekte van een leraar (of zoiets) dan is het veel geweest.
Maar wat ben ik – tot op de dag van vandaag – blij dat ik hem heb mogen volgen!
Ik moet de rol van mijn vader zaliger nog wat preciseren:
Ik verhaalde elders al over de 1964 klas 4B van het Caland waar de macht was overgenomen door de Stones. Dat jaar geen rooie cent verdiend met mijn rapporten. Toen ik bleef zitten moest ik de radio inleveren van mijn vader (“dat is alleen maar rotherrie waar je niets van leert.“) en controleerde hij nadien geregeld het huiswerk.
Bijlessen wiskunde. Elke week telefonisch contact tussen Pa en bijlesjuf over hoe het ging.
Een maand of vier voor het eindexamen wist bijles-juf van Vessem het licht bij mij te laten doorbreken: ineens vielen allerlei stukjes van de wiskundepuzzle op hun plaats: ik snapte het eindelijk!
Ik zal nooit de hand van mijn vader vergeten toen hij mij feliciteerde met mijn diploma en zei: “Ik wist van het begin van de HBS af aan dat je het zou halen“.
Mijn vader had wel meer wijsheden die mij tot op de dag van vandaag dienen. Zoals: “Haal geen rottigheid uit! “ Als je dan vroeg wat rottigheid dan wel niet was zei hij: “Wat je niet durft te vertellen aan je ouders.”
Ik zeg het maar eerlijk: ik typte deze herinnering aan mijn vader met tranen in mijn ogen.
|
|
|
| | |